Sunflower Bean

Support: Goodnight Moonlight
The Daily Indie presents
Beach Fossils, The Cure, Smith Westerns

Het blijft verdomd moeilijk kiezen tussen de bedwelmende flower power van de seventies en de schimmige new wave van de eighties. Gelukkig is er twee jaar geleden een jonge kliek muziekfreaks opgestaan die het beste van beide werelden op een heerlijk onnozele manier verpakt in puntige indiepopliedjes.

Het trio Sunflower Bean plundert nog vol verwondering de platenkasten van ma en pa, en dat hoor je aan alles op debuut Human Ceremony. Het album barst van onstuimig enthousiasme, het soort energie dat alleen komt van kids die puur vanuit dat wow-gevoel muziek maken. De volmaakte liedjes van Sunflower Bean schieten vaker wel dan niet buiten de lijntjes: Right now I’m on the edge of my seat/I know I need to go faster, zingt zangeres/bassiste Julia Cumming op Come On.

Cumming, Nick Kivlen (zang/gitaar) en Jacob Faber (drums) waren de twintig nog niet gepasseerd of muziekblad Rolling Stone riep ze uit tot de coolste band van New York. Met andere woorden: You better believe the hype.

Op de prille leeftijd van 18-jaar oud runt liedjesschrijver Jasper Boogaard twee bands en een platenlabel (Coaster Records). Een gedreven jongen dus, die met zijn indiepopgroep Goodnight Moonlight in hoog tempo meters aan het maken is. Het debuut Mountain Boy telt zeven behoorlijk volwassen, fijnzinnige liedjes doordrenkt met luchtige reverb a la Mac DeMarco en Yuko Yuko. Boogaard peinst intussen over slapeloosheid, sterfelijkheid en het sexy voelen in spijkerbroeken. Voorheen bestond Goodnight Moonlight uit Boogaard en toetseniste Jente Lammerts, maar sinds kort treedt de band in volle bezetting op.

Whether it’s mushroom-fuelled trip-outs or witty boy-girl repartee between Julia Cumming and Nick Kivlen, a Sunflower Bean-show always manages to tickle ones fancy. Amazingly enough, Cumming (vocals/bass), Kivlen (vocals/guitar) and Jacob Faber (skins) have barely hit their twenties.

Nevertheless, they’ve already leapfrogged the New York underground with their headstrong DIY-spirit. The recent Fat Possum-signees’ spiraling, sun-drenched hybrid of 70s acid rock and 80s post-punk is so seamless and confident, that it makes one wonder why the two were ever apart to begin with.