Black Lips

Klinkt als: Thee Oh Sees, The Cramps, King Tuff

In dit nieuwe millennium is garagerock niet meer weg te slaan in de clubs en op de festivals. De geduchte oerkracht van Thee Oh Sees, de impulsive gekte van King Gizzard en de kameleon die Ty Segall heet: ze hebben de laatste jaren allemaal een belangrijke stempel op het genre gedrukt. Ook in Nederland is het virus ernstig overgeslagen: wij hebben Iguana Death Cult, traumahelikopter, Mozes & The Firstborn en noem maar op. 

Toch begon de garage-revival bij één band: The Black Lips. Cole Alexander en zijn bende hebben altijd een voorliefde gehad voor (soms shockerende) vunzigheid en pikzwarte humor. De anti-helden uit Atlanta blijven onvoorspelbaar, trots badend in louche sferen en platvloerse waanzin. Achtste langspeler Satan’s graffiti or God’s art? is de meest krankzinnige plaat uit een even krankzinnig oeuvre: Sean Lennon mocht ditmaal achter de knoppen plaatsnemen en ook Yoko Ono doet mee. 

We zijn trots om The Black Lips vanavond te verwelkomen in ons rockhol aan de Nieuwe Binnenweg: Veni vidi vici!

In this new millennium, garage rock has been a welcome pest at the clubs and festivals. The brute force of Thee Oh Sees, the impulsive genre-hopping of King Gizzard and the ever-shapeshifting Ty Segall: they have all left a vital imprint on the genre in recent years. In the Netherlands, the garage epidemic has spread drastically as well: we have Iguana Death Cult, traumahelikopter, Moses & The Firstborn and you name it.

However, that whole garage revival thing started with one band and one band alone: The Black Lips. Cole Alexander and his gang have always had a fondness for sinister seediness and pitch black humor. The anti-heroes from Atlanta remain an unpredictable bunch, proudly exhibiting their unhinged and violent madness. Eighth long player Satan’s graffiti or God’s art? is the most insane record of an equally insane body of work, with contributions from none other than Sean Lennon and Yoko Ono.